Arno van Roosmalen, the two weeks notice have passed

Upon advise of the Legal Aid Bureau (Rechtshulp) of the Municipality of The Hague (Gemeente Den Haag), I asked some two weeks ago the director of Stroom to send me an extensive explanation of his decision to not recognise me as a professional artist any more. The two weeks have expired, and nothing has been heard from Stroom. I assume that he has nothing to say, or he chooses to ignore me which shows once more the lack of respect to the people that he is supposed to work for. His silence will be reported to the Discrimination Bureau (Bureau Discriminatiezaken) where my partner Koert van den Beukel has already made a complaint; the complaint has been filed and the Bureau is waiting for more complaints in order to start an investigation.

For my Dutch speaking readers I publish here the first letter that I sent to Stroom when this story started. The english translation will follow.

Titel: You gotta be kidding Mr Arno van Roosmalen/en aanhangers

Voorwoord: STROOM, hits scoren hoort bij voetballers en bij bonus jagers. STROOM moet de Haagse kunstenaars hun werk laten doen.

Het thema: U en uw commissie hebben besloten om mijn beroepsmatigheid als beeldende kunstenaar ineens niet meer te erkennen. Dit bericht kwam natuurlijk als een schok voor iemand die al twintig jaar werkzaam is als beeldende kunstenaar en circa tien jaar lid van STROOM.

Het commentaar en bref: De Haagse kunstenaars zijn niet uw werknemers die u kunt ontslaan wanneer hun werk en activiteiten (van de laatste drie jaar!) u niet bevalt.

Een stedelijk kunstenaars centrum hoort de kunstenaars van de stad te bedienen en niet andersom; vooral als deze een monopoly van de stadskunstfaciliteiten vormt dat praktische gevolgen heeft op de mogelijkheden waarop kunstenaars hun werk kunnen uitvoeren. De manier waardoor u dit monopoly bestuurt is beschadig voor de vrijheid van de kunstenaars.

U positie geeft u wel het recht om te zeggen “jouw werk hoort niet bij mijn clubje’s imago”. Dat is meer eerlijk.

Over publieke kunstactiviteiten, laat me u herinneren dat initiatieven zoals “de geborgen kamers” waarin ik een van de hoofdorganisators ben (en verder de Stichting Gaidaro die sinds 1999 actief is), zijn precies aan het publiek gericht, alleen niet aan het elitaire publiek van uw dromen. U wilt horen over kunstkringen, en pulchries, en lijsten van verkopen dat zorgvuldig door uw kunstenaars wordt opgesteld, zeker bij de kunstacademies geleerd. Deze lijsten heb ik niet, en dat is mijn bewuste keuze. Ben ik daarvoor geen beroepskunstenaar?

Het woord “marktgericht” zal ik negeren want dat is een bijwerking van kunst. Het woord “markt” gecombineerd met het woord “kunst” vind ik allergiogoon. Ben ik daarvoor geen beroepskunstenaar?

Over mijn vakmanschap hebben lang vóór u andere instellingen positief besloten. Ik wist niet dat een ambtenaar (en zijn hof) hoger dan de kunstacademies zijn mening over kunst kan stellen.

Over zeggingskracht… de discussie is eindeloos.

Ten slotte, u kiest om de polyphonie van deze stad te wurgen en een beleid van uniformiteit te leiden. Waarschijnlijk bent u absoluut eigentijds bestuurder want hoge positities zijn zeker niet uitverdeeld buiten de politieke richtingen.

Gelukkig dat uw gezag voorlopig niet levensbedreigend is en kan me niet weerhouden van werken (of toch wel?). U wilt me elimineren van de Haagse en de landelijke kunstenaars bestanden maar ik besta wel als kunstenaar in deze stad, bij andere landen en natuurlijk bij internationale dergelijke bestanden. Dus, elimineren lukt u niet echt. Hoewel, en sinds voor een tijd is Den Haag mijn woon/werkplek: Wat u wel hebt gedaan is het leven belemmeren van (nog) een beeldende kunstenaar . Nog een kerfje op uw stokje, u zou trots kunnen zijn op uzelf.

Aan de kunstenaars van de commissie, Marian Zult, Zagara, Simone van den Heuvel en Maarten Schepers: de (kunst)geschiedenis bruist van voorbeelden waar men door zijn eigen vakgenoten werd uitgesloten vanwege zijn werk, mening, andere manier van doen, ideeën, etc. Het is interessant om te zien dat die “vakgenoten” zelden de geschiedenis in gaan als iets meer dan belachelijke personen (op zijn minst). Iemand zou zichzelf moeten vragen waar hij/zij de grens zet tussen de nood voor succes en het gedrag als de koning’s charlatan.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s